Van Dale zegt...
Japans woordenboek

Bij bonsai horen natuurlijk ook Japanse namen en termen zoals het woord Bonsai zelf.
We zullen een aantal van deze termen de revue laten passeren zodat iedereen hiervan kennis kan nemen en deze kan gebruiken bij het bespreken van bonsai en het werken hieraan.

Bunjin (Bunjingi) - Literati, geleerden stijl
Chokan - Rechtopgaande stijl
Fuki-nagashi - Windgestriemde stijl
Gokan - Vijf stammen met een wortelstelsel
Ikadabuki - Gevallen boom met opgroeiende takken
Ishi-zuke - Groeiend in de holte van een rots
Han-Kengai - Semi cascade
Hoki-zukuri - Bezemstijl
Kabudachi - Meervoudige stammen uit 1 wortelstelsel
Kengai - Boom groeiend als waterval (cascade)
Kyukan - Negen stammen met een wortelstelsel
Moyogi - Informeel rechtopgaande stijl
Nanakan - Zeven stammen met een wortelstelsel
Ne-agari - Vrije wortel stijl
Nejikan - Gedraaide stam
Netsuranari - Takken voortkomend uit oppervlaktewortel
Sabakan, Sabamiki - Holle stam stijl
Saikei - Landschapsstijl
Sankan - Drie stammen met een wortelstelsel
Seki-jo-ju - Wortels over een rotsgroeiend
Shakan - Hellende stijl
Soju - Twee bomen met gescheiden wortels
Sokan - Dubbelstam uit een wortelstelsel
Yose-uye - Bos stijl (meer dan tien bomen)

Een aantal Japanse termen waarmee delen van de boom worden benoemd.
Eda - Tak
Ichi-No-Eda - Eerste tak
Ni-No-Eda - Tweede tak
San-No-Eda - Derde tak
Yon-No-Eda - Vierde tak
Kiki-Eda - Hoofdtak
Sashi-Eda - Zwaarste tak
Uke-Eda - Tegenwicht tak
Ushiro-Eda - Achtertak
Ko-Eda - Fijne vertakking
Karame-Eda - Wirwar takken
Imi-Eda - Ongewenste, lelijke tak
Gi-Sei-Eda - Opofferingstak
Kasane Eda - Parallel groeiende takken
Eda-Jin - Dorre of dode tak
Futamata-Eda - Y gevormde tak
Kuruma-Eda - Takken als een karrenwiel
Atama - Top van een boom
Shin - Top van de boom
Mae - Voorkant van de bonsai
Ura - Achterkant van de bonsai
Jukan - Top van de boom
Gikkuri-Magari - Zigzag stam
Keshi-Tsubu - Kleine bonsai, tot 2,5 cm
Myabi-Bonsai - Kleine bonsai, 15-25 cm
Kifu-Bonsai - Kleine bonsai 20-40 cm
Chu-Bonsai - Middel grote Bonsai, 40-60 cm.
Dai-Bonsai - Grote bonsai, 60-100 cm
Omono-Bonsai - Grote bonsai, tot 120 cm
Ara-Kawa - Ruwe schors
Koboku - Grote oude stam
Neji-Kan - Verwrongen stam
Shari-Kan - Ontschorste stam
Kobu-Miki - Knobbelige stam
Iki-Michi - Levenslijn op de stam
Karame-Miki - In elkaar groeiende stammen
Gobo-Ne - Penwortel
Hige-Ne - Haarwortels
Karame-Ne - In elkaar groeiende wortels
Kata-Nebari - Eenzijdige wortel

Een aantal woorden en begrippen die we rond bonsai tegen komen.
Aka - Rood
Akadama - Rode klei
Ao - Groen
Ao shidare - groene cascade
Aoba - Groene bladeren
Aocha - Groene bast
Ara-Gi - Boom speciaal opgekweekt voor bonsai
Ashiraigi - Achtergrondbomen bij een groepsbeplanting
Bankan - gedraaid
Beni shidare - rode cascade
Bon - keramische pot voor bonsai
Bonsai-Tana - Bonsaitafel of display
Chuwatari - Oude Chinese potten
Dai-Ki - Onderplant of onderstam bij enten
Daiki - wortel
Eda zashi - Takkensnoei
Edo - Oude naam van Tokio
Fukuroshiki - Benaming voor een japanse bonsaipot
Funa-Gata - Bootvorm (pot)

Fushina - tuin
Fuyodo - bladgrond
Gikuri-Magari - Zigzag stam
Gobo-Ne - Penwortel

Gohon Yose - 5 bomen (bosje)
Goro tsuchi - Grove grond
Goshiki - Meerkleurig
Ha zashi - Bladsnoei
Hach-Age - Oppotten
Hachi - Pot
Haki Homi - Geborsteld
Hanazono nishiki - bloementuin
Harigane - Draad

Hariganekate - Bedrading
Harusame - voorjaarsregen
Hime - Prinses, dwerg
Hoso - Slank
Inaba shidare - blad van de rijstplant
Ito - fijne draad

Iwato - Rots
Ji - Tempel
Jin - Dode deel van een plant
Kaede - buitenlandse esdoorn
Kagero - zeer fijn
Kan-Sui - Watergift

Kanuma tsuchi - lichte zanderige klei
Kakure - Schaduw, bescherming
Keto tsuchi - turf
Kikka-Seki - Kijksteen met chrysantmotief

Kin - goud
Kiri - Gesneden
Komachi - Mooi meisje, dwerg
Kotate mochi - 15-30 cm groot
Kuro tsuchi - Zwarte potgrond
Kuro poka - Lichtere, donkere potgrond
Mame - 7.5-15 cm hoog
Maruba - ronde bladeren
Mae - Voorkant
Mae-Eda - Voortak

Mai - Dansend
Me - Knoppen
Mekuri - Knoppensnoei

Misho - Zaden, zaaien
Miyama - afgelegen hoge berg
Miyasama kaede - prinsen esdoorn

Nanahan Yose - 7 bomen (bosje)
Nibara-Ishi - Kijksteen met roosmotief

Nishiki - Meerkleurig, fijntjes
Ne zashi - Wortelsnoei
Nebari - blootgelegde en gezwollen wortels
Negari - blootgelegde wortels
Penjing - Landschapsbeplanting
Pou-Boku - Oude antieke Bonsai

Ryu - draak
Sakaki - Heilige boom (shinto)

Samidare - voorjaarsregen
Sashi-ho - zaailing
Sekka - dwerg
Sentai - Vormsnoei
Shakan - hellend
Shari - Afgestorven deel van een plant
Sharimiki - Dood hout
Shinme zashi - Jonge scheuten snoeien
Shinto - Japanse religie
Tekishin - snoei van jonge takken
Ten tsugi - Enten op onderstam
Tokonoma - Nis in een kamer (voor meditatie)
Toriki - Marcoteren
Tsuchi - Aarde
Uwa-Tsuchi - Oppervlakte grond (afwerkingslaag)
Waka Momiji - rode tak
Yama - berg
Yama-Yori - Natuur- of landschapsgroep

Yamadori - Verzameld uit de natuur
Zashi - Snoei
Zouki - Bladverliezende boom

Hieronder staan een aantal Japanse benamingen voor verschillende boomsoorten met hun Nederlandse en Latijnse namen.
Aka-Ezo-Matsu - Sakhalinspar (Picea glehnii)
Aka-matsu - Japanse rode den (Pinus densiflora)
Aka-nire - Chinese Iep (Ulmus parvifolia)
Aka-Shide- Witte Haagbeuk (Carpinus laxiflora)
Boke - Japanse Kwee (Chaenomelis speciosa)
Beni-Shitan - Dwergmispel (Cotoneaster adpressus)
Buna - Japanse witte Beuk (Fagus crenata)
Enoki - Netelboom (Celtis chinensis)
Deshojo - Japanse rode esdoorn (varieteit)
Ezo-Matsu - Oost Siberische Spar (Picea jezoënsis)
Fuji Japanse Wisteria (Wisteria floribunda)
Fuji Zakura - Japanse dwergkers (Prunus incisa)
Gaju Maru - Vijg (Ficus retusa)
Gekkeiju - Olijf (Olea)
Gyortu - Tamarisk (Tamarix)
Ichii - Japanse Taxus (Taxus cuspidata)
Inu Tsuge - Japanse hulst (Ilex crenata)
Kanba - Berk (Betula)
Keuaki - Zelkova (Zelkova)
Kuro-Matsu - Japanse zwarte den (Pinus thunbergii)
Maki - Tempelboom (Podocarpus)
Mansaku Toverhazelaar (Hamamelis japonica)
Nezumi-Sashi - Naaldjeneverbes (Juniperus rigida
Obai - Winterjasmijn (Jasminus nudiflorum)
Ringo Appelboom (Malus)
Sanzashi - Japanse meidoorn (Craetagus cuneata)
Takao-Kaed - Palmesdoorn (Acer palmatum)
Tohi - Spar (Picea)
Tsutsuji - Azalea (Azalea japonica)
Ya-Bai - Wilde abrikoos (Prunis Mume)
Zumi - Sierappel (Malus sieboldii)